Actueel

Pastoor Frans Wouters

Frans, onze pastoor, wordt 75 jaar in mei en gaat na een lange herderstaak met welverdiend pensioen vanaf 1 juli 2024.

We zijn dankbaar voor de 36 jaar dat we Frans in Oostmalle mochten hebben.

Het is dan ook met een dubbel gevoel dat we zijn afscheid willen vieren, want hij was zo’n vertrouwd persoon, die er steeds was in lief en leed. Velen onder jullie hebben Frans persoonlijk mogen ervaren.

Met Pinksteren op 19 mei om 10.30u zetten we hem in de bloemetjes, dit samen met onze jubilarissen; hij wou enkel een gedeelde aandacht…

Kom liever om 10.15u dan zingen we de liederen in zodat het mag klinken doorheen de kerk, begeleid door orgelmuziek.

Na de viering houden we een feestelijke receptie in de kerk zodat jullie met Frans kunnen spreken.

Er zal op de toontafel een doos staan waarin jullie persoonlijke wensen kunnen stoppen.

We hopen op een talrijke opkomst, dus verspreid dit nieuws zoveel mogelijk!

Doopsel vanaf 1 juli 2024

De toediening van het sacrament van het doopsel kan vanaf 1 juli 2024 nog slechts door één bedienaar worden toegediend binnen onze pastorale eenheid, zijnde pastoor Bart Goossens.
Na rijp beraad besluit het team van de pastorale eenheid om het sacrament van het doopsel voor alle parochies in de zondagskerk (Sint-Antonius Zoersel) te laten doorgaan in het 1ste en 3de weekend van elke maand.

Aanvragen gebeuren via het secretariaat van de pastorij van Sint-Antonius
par135secretariaat@skynet.be

Het leven van Frans Wouters zoals het was en is, in drie episodes

Episode 1

Op 9 mei 1949 werd voorzichtig gejuicht in de Lange Winkelhaakstraat in hartje Antwerpen. Bij de familie Wouters werd een zoontje geboren, veel te vroeg. Het ventje kon immers nog niet tellen en was ongedurig om de wijde wereld te verkennen. In een bakje dicht bij de kachel probeerden moeder en vader hun kleine Frans in leven te houden. Frans was een vechtertje en sloeg zich er doorheen. Die eigenschap ontwikkelde hij verder en maakte hem mee tot wie hij nu is. Je moet karakter hebben om een zinvol leven te leiden. Als kleine kleuter ontdekte hij zijn creatieve gaven bij de zustertjes met weelderige kappen. In 1955 verhuisde het gezin naar Schilde waar Frans naar de lagere school ging. Hij was nieuwsgierig, probeerde alles uit en was een flinke leerling. In de jeugdbeweging kon hij spelen naar hartenlust. Gelukkig, want thuis waren er wel wat zorgen in verband met de gezondheid van moeder. Al van jongs af aan stelde Frans zich dienstbaar op en hielp hij waar hij kon. Als jonge misdienaar en later als lector in de parochie en het retraitehuis Regina Pacis of Puttenhof groeide het verlangen om priester te worden. Als voorbereiding op het middelbaar ging hij een jaar naar het missiecollege in Lier. Zo was hij al vroeg op internaat. Ondertussen was zijn jongste zusje geboren. Toch vatte hij zijn humaniora aan op het college in Haasrode waar hij onder andere toekomstig burgemeester Harry Hendrickx leerde kennen. Een heel verhaal hoe dat vroeger soms ging! De pientere kopjes uit de Kempense dorpsscholen mochten eens mee gaan kijken naar dat college. Het was er groot met allerlei sportvelden, zelfs een openlucht zwembad en veel groen.

Dat zinde Frans wel en dus startte hij in Haasrode. De weg naar huis was lang en dus kwam hij pas om de zes weken een weekend naar huis. Frans zijn hart bloedde omdat hij zo het gezin waarin hij opgroeide, minder vaak kon zien. Tijdens de zeldzame weekends thuis leerde hij vendelen in de Vlaamse volks- en kunstbeweging. In de vakanties probeerde hij zijn vader in de carrosserie in Antwerpen te helpen. Daar leerde hij zeker het precisiewerk. Alles moest tot op de millimeter afgeplakt worden voor het spuitwerk kon beginnen. Recht is recht, al moest de figuurlijke winkelhaak eraan te pas komen! Zo kennen we Frans vandaag nog.

Een examen Grieks waarvoor Frans met de fiets van Schilde naar Haasrode reed, deed hem zodanig zweten dat het Grieks op de alcohol stencil op Chinese tekens leek. Voor de drie hoogste jaren van de humaniora schakelde Frans over van het verre Haasrode naar het dichterbij gelegen Sint-Jan Berchmanscollege in Westmalle, waar hij zijn diploma zou behalen. Hij kon nu dagelijks van huis naar school, wat hem beslist plezier deed en zo zag hij de familie ook opgroeien.

Ondertussen groeide het verlangen naar een priesterroeping. Exemplarisch was wellicht dat hij van de Romereis met de school een beeldje van de Goede Herder meebracht voor zijn ouders. Wordt vervolgd…

Episode 2

In 1969 stapte Frans naar het seminarie in Antwerpen, Regina Pacis of Puttenhof, … eigenlijk over de deur van zijn ouderlijk huis in Schilde. Want het heropgerichte bisdom Antwerpen bouwde toen aan een eigen seminarie (Theologisch en Pastoraal Centrum) aan de Groenenborgerlaan in Antwerpen en de eerste gebouwen waren nog niet helemaal klaar. Samen met negen nieuwe seminaristen en een aantal jonge professoren werd gestart voor één trimester in Puttenhof. Nadien nam Frans met zijn medestudenten zijn intrek in de afgewerkte gebouwen van het gloednieuwe seminarie en studeerde hij twee jaar filosofie als vrij student vanuit het seminarie aan de Ufsia (Universitaire Faculteiten Sint-Ingnatius).

Na zijn filosofiejaren riep de vaderlandse plicht en deed Frans zijn legerdienst in het militair hospitaal van Antwerpen. Hij stapte zo in een heel andere wereld waar de veelzijdige zorg voor de medemensen hem in de greep had.  Zowel de fysieke als mentale pijn van patiënten raakten hem diep. ‘Niet op zichzelf maar op anderen bedacht’, het is de rode draad door zijn leven.Na zijn legerdienst begon Frans aan zijn theologische opleiding.In het pas opgerichte seminarie waaide een frisse, nieuwe wind.Het was een gebouw zonder muren, open naar de wereld, een plek bruisend van leven, nieuwe ideeën en ontmoetingen.Drie jaar lang werd zijn gods- en wereldbeeld opengetrokken door vakken als Exegese, Fundamentele Theologie, Dogmatiek, Moraal, Sacramentenleer, Psychologie … De vakken werden gegeven door jonge, enthousiaste professoren, geïnspireerd door het ‘aggiornamento’ (het bij de tijd brengen) van Vaticanum II. Na zijn theologische vorming deed Frans een jaar stage in een parochie in Mol.

In 1976 werd hij gewijd door Mgr. Daem als enige seminarist van dat jaar. Vervolgens werd hij benoemd tot onderpastoor in Hoogstraten. Na de wijding vormde ieder wijdingsjaar een groep waar de jonge pastores hun ervaringen vanuit het pastorale veld met elkaar konden delen. Als enige gewijde van zijn jaar was dat niet mogelijk. Maar tijdens een retraite in juni 1977 in Maredret werd een nieuwe groep gevormd waar Frans nu reeds 47 jaar trouw aanwezig is. Het is een vriendengroep geworden die maandelijks samenkomt om lief en leed met elkaar te delen.

En hoe werd Frans in Hoogstraten als jonge priester ervaren? Een getuige wilde hierover vertellen. Hij was een jaar lang op “kot” bij Frans in de onderpastorie. Die was groot genoeg. (Later kwamen ook zijn zussen er nog een tijdje wonen.)

“Wat mij dat jaar in Hoogstraten bij Frans trof, kan ik niet beter uitdrukken dan met de woorden van een prachtig kerklied: ‘Mensen voor de mensen zijn, herder als God, trooster voor groot en klein, zo lief als God’. Dat was hij, en dat bleef hij een heel priesterleven lang. Als jonge priester was hij uiteraard verantwoordelijk voor de catechese en de jeugdbewegingen, en dat deed hij uitstekend én van harte. Ik heb in dat hele jaar over Frans letterlijk van niemand een negatief woord gehoord. Iedereen in Hoogstraten hield van die man. Nochtans, als verantwoordelijke voor de bekende H. Bloedprocessie moest hij soms moeilijke beslissingen nemen. Ik herinner mij levendig dat hij op de voorziene dag besliste de processie niet te laten uitgaan, omdat het wellicht zou gaan regenen. Ontgoocheling alom, maar niemand die hem die keuze kwalijk nam.Het ‘geheim’ van Frans was en is zijn glasheldere authenticiteit. Niemand kon of kan zijn eerlijkheid en de zuiverheid van zijn keuzes in vraag stellen. Dergelijke mensen zijn zeldzaam. Bovendien staat hij echt midden de mensen, diep gericht op de hemel maar met beide voeten op de grond. Aan het ontbijt hadden mijn vrouw en ik het deze morgen nog over een prachtige anekdote. Wij waren met mijn autootje op weg en in Merksplas had ik een aanrijding. Niets ergs, maar de voorkant van mijn gammele Citroën Ami 6 was ineengeschoven als een accordeon. Wanhopig terug naar Hoogstraten, maar wat gebeurde daar? Frans Wouters stroopte de mouwen op, begon met volle kracht aan die auto te trekken en hier en daar te kloppen, en in een minimum van tijd was die (naar mijn normen) weer volkomen in orde. Mens voor de mensen zijn, trooster voor groot en klein…”

Wordt vervolgd…

Episode 3

We schrijven 1988. Frans Wouters zou pastoor worden van de Sint-Laurentiusparochie in Hove. Maar Oostmalle heeft meer geluk. Het wordt de Sint-Laurentiusparochie hier. We horen over een jonge energieke onderpastoor die door de jeugd van Hoogstraten op handen wordt gedragen. Dat klinkt hier natuurlijk als muziek in de oren. Zo gauw de pastorie, nu het veiligheidscentrum, opgefrist is, wordt Frans plechtig ingehaald -zo heette dat toen. De toenmalige onderpastoor, Bert Van den Bogaert, maakt Frans wegwijs in de geplogenheden van de parochie, besturen, raden, jeugdbewegingen, verantwoordelijken en zo meer.
De ervaring van Hoogstraten en de weg die hij wil gaan, zet Frans in beweging. Regelmatig is hij aanwezig op bestuursvergaderingen, pannenkoeken- en wafelslag of andere gemeenschapsvormende activiteiten om er mensen te ontmoeten. Hij is mens voor de mensen. Aanvankelijk bezoekt hij de jeugdkampen en doet er de mis, die samen met de jeugd voorbereid wordt. De lagere school van Immaculata houdt maandelijks eucharistie voor een goed gevulde kerk. Het schoolkoor en -orkest, onder leiding van enthousiaste leerkrachten, zorgen mee voor pareltjes van vieringen. De maandelijkse jeugdvieringen op zaterdagavond-we schrijven de jaren 1990 tot vooraan deze eeuw- worden muzikaal opgeluisterd door een meer dan 30-koppige groep jongeren. Naast de wekelijkse oefenstonden op vrijdagavond zijn er ook groepsvormende activiteiten zoals het jaarlijks weekend. Frans ontbreekt er niet gauw. Doopsels gebeuren voortaan gemeenschappelijk waarvoor een groepje doopcatechisten de zorg opneemt. Frans delegeert waar kan maar volgt alles op de voet op. De eerste communie wordt lang voorbereid door de leerkrachten op school tot de parochie de hele voorbereiding op zich moet nemen. Er zijn trekkers nodig. De vormselvoorbereiding maakt een hele evolutie door; van thuiscatechese naar groeps- en gezinscatechese. Op het jaarlijks vormselweekend op Drieboomkensberg of Heibrand is Frans in zijn element. Op zo’n dagen geeft hij voorrang aan de jeugd. Want ondertussen wordt Frans in 1994 tot deken aangesteld van Malle-Zoersel. De pastoors in de verschillende parochies worden niet meer vervangen. Zo wordt het werkveld van Frans steeds groter en moet zijn tijd en werk herschikt worden. De nood aan medewerkers en verantwoordelijken wordt steeds groter en nijpender. Iedereen wordt ook een dagje ouder! Frans wordt 50; hij ziet letterlijk Abraham zitten in de zetel. Maar hij trekt erop uit met een volle bus. “En we zijn met zijn allen naar de zee geweest… Het was er zo gezellig en een heel groot feest…” Wat een feest en wat een verrassingen! Niemand zou een zo stipt en zorgvuldig gekozen programma hebben kunnen afwerken als Frans!
Als een rots in de branding is Frans luisterend en troostend aanwezig op moeilijke, pijnlijke en droevige momenten. In zijn preek tijdens afscheidsvieringen wordt telkens de overledene persoonlijk op een fijne manier geduid. De renovatie van de weekkapel tot polyvalente ruimte is een toonbeeld van Frans zijn visionair denken. De toekomstige kerk transformeert zich tot een heel andere kerk. We zijn op een punt gekomen dat we moeten afscheid nemen van een herder die niet op zichzelf maar op anderen bedacht is. Er rest ons, met weemoed in het hart, een heel gemeend dankjewel te zeggen aan Frans voor de 36 jaren dat we hem in ons midden mogen hebben. En we wensen hem gezondheid, tijd en rust om te kunnen doen dat waarvoor nooit tijd was. Hierbij nodigen we iedereen uit om met Pinksteren op 19 mei om 10.30 mee te komen vieren in de kerk. (Om 10.15 ben je zeker welkom om de liederen al in te zingen.)